Overview | Register | Login | Help
Search Orchipedia:

Minder belichten Phalaenopsis zonder productieverlies

 

Introduction

Table of contents

Phalaenopsis is een CAM-plant: Het blad slaat in de nacht CO2 op in de vorm van malaat (appelzuur). Overdag komt het CO2 weer vrij en wordt met behulp van licht verwerkt tot suikers. De aanleiding voor dit onderzoek was de constatering dat de lichtbenutting door
Phalaenopsis in de winter rond het middaguur al afneemt doordat het malaat op begint te raken (onderzoek "Meer Rendement uit belichting en CO2 dosering" door Plant Lighting B.V. en Plant Dynamics B.V., 2013). In een winterteelt wordt vroeg in de ochtend gestart met belichting (soms al om 0:00 uur). Als dan de malaat-voorraad al op raakt rond het tijdstip dat de intensiteit van het natuurlijke daglicht maximaal is, dan lijkt het logisch om de lampen later aan te schakelen. Zo wordt het gratis daglicht beter benut en kan op elektra voor belichting worden bespaard. Echter, de werkelijkheid kan complexer zijn: Bij CAM-planten is er namelijk
een terugkoppelingsmechanisme tussen de lichtsom en de capaciteit voor malaat-opslag in de bladeren. Voor de praktijk is het belangrijk om te weten wat het kwantitatieve verband is tussen lichtsom en de grootte van de malaat-voorraad die een blad kan opslaan. Deze kennis is nodig om de belichting van een teelt te kunnen optimaliseren, zodat kan worden bespaard op energie en kosten.

Doelstelling en onderzoeksvragen Het hoofddoel is een zeer forse besparing op elektraverbruik bij zowel de opkweek als de afkweek van Phalaenopsis. Dit door minder uren te belichten zonder aarvoor productie te hoeven inleveren. Hiervoor moeten de volgende onderzoeksvragen worden beantwoord:
1. Opkweek: Tot welke lichtsom neemt de malaat-opslag nog toe tijdens de opkweek?
2. Afkweek: Leidt een hogere lichtsom in de afkweek dan tijdens de opkweek tot een
verhoging van de malaat-opslag?
Een (fors) hogere lichtsom in de afkweek dan tijdens de opkweek is gebruikelijk in de praktijk. Bedenk dat de meeste bladeren zich tijdens de opkweek ontwikkelen, terwijl in de afkweek het meeste licht wordt onderschept door volgroeide bladeren die al tijdens de opkweek zijn ontwikkeld. 
3. Opkweek en afkweek: Is de malaat-opslag bepalend voor de assimilaten-productie? Dit geldt als directe C3-fotosynthese weinig of geen rol speelt. Is dit zo? Wat doet het hartblad? Als het hartblad C3 is, dan wordt licht door het hartblad benut op momenten dat de volgroeide bladeren al door hun malaat heen zijn.

Belangrijkste conclusies

- De lichtsom die nodig is om een maximale malaat-opslag te bereiken, verschilt niet voor de opkweek en de afkweek. Oftewel, als in de opkweek voldoende lichtsom gegeven wordt, geeft een nog hogere lichtsom in de afkweek geen extra malaat-opslag. Directe C3-fotosynthese speelt geen grote rol, dus is de nachtelijke malaat-opname grotendeels bepalend voor het productiepotentieel (NB onder de omstandigheden waarin gemeten is!). Een hogere lichtsom in de afkweek dan in de opkweek geeft dus niet meer
assimilaten-productie bij voldoende licht in de opkweek. De warmte van de lampen geeft mogelijk wel teeltversnelling. Hiervoor kunnen alternatieven worden overwogen.
- Mogelijk is CO2 doseren interessant tijdens de opkweek in de namiddag. Nader onderzoek zou dit moeten uitwijzen. Er zijn op basis van deze metingen in de opkweek en de afkweek geen aanwijzingen dat het zinvol is om eerder op de dag CO2 te doseren.
- Vol belichten in de ochtend en in de namiddag lijkt niet zinvol: De lichtbenuttingsefficiëntie is dan zeer laag. Echter, de lampen vroeg in de ochtend volledig uitschakelen geeft een negatief effect op de CO2 opname per etmaal! Dit gegeven biedt kansen om een
energiezuinigere belichtingsstrategie te kunnen ontwikkelen.

Images

Files

Source

Date: 2016-09-21 06:54, source: Jacco Vermeer